Nieuwe modellen voor neerlegging jaarrekening: het micromodel

Op de website van de Balanscentrale zijn nieuwe modelformulieren voor de neerlegging van de jaarrekening van ondernemingen beschikbaar: een nieuwe versie van het volledig en het verkort model, én het micromodel. Voor de jaarrekeningen van de boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2016 mogen de nieuwe modellen worden gebruikt. In deze bijdrage staan we even stil bij het splinternieuwe micromodel.

Voor boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2016

Voor de neerlegging van de boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2016 gelden er nieuwe groottecriteria en modellen van jaarrekening. Neerleggingsplichtige ondernemingen moeten voor de neerlegging van hun jaarrekening één van de standaardmodellen gebruiken van de Nationale Bank van België. Grote ondernemingen en beursgenoteerde ondernemingen moeten het volledig model gebruiken en niet-beursgenoteerde kleine ondernemingen gebruiken het verkort model. Kleine, niet-beursgenoteerde ondernemingen, die aan de criteria van een microvennootschap beantwoorden, mogen een micromodel (MIC) met minimale toelichtingen gebruiken.

Micromodel voor microvennootschappen

Een wet van 18 december 2015 stemde het Belgische boekhoudrecht af op de Europese 'boekhoudrichtlijn' (Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013). Door die omzetting werd artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen -met de grootte criteria voor vennootschappen- volledig herschreven. Een nieuw artikel 15/1 over de micro-vennootschap werd toegevoegd.

Een 'microvennootschap' is een kleine onderneming die niet meer dan één van de onderstaande criteria overschrijdt:

jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10;

jaaromzet (exclusief btw): 700 000 EUR;

balanstotaal: 350 000 EUR.

De microvennootschap mag op datum van de jaarafsluiting geen moedervennootschap of geen dochtervennootschap (filiaal) zijn.

Het neerleggingsformulier van de jaarrekening voor deze microvennootschappen is opgesplitst in verschillende delen:

sectie MIC 1 met de identificatiegegevens van de onderneming en de jaarrekening;

sectie MIC 2.1 en MIC 2.2 met de volledige lijst van de bestuurders, zaakvoerders en commissarissen en de identiteit van de externe accountants, bedrijfsrevisoren, erkende boekhouders of erkende boekhouders-fiscalisten die een opdracht met betrekking tot de jaarrekening van de onderneming hebben uitgevoerd;

de jaarrekening met de balans (secties MIC 3.1 en MIC 3.2), de resultatenrekening (sectie MIC 4), de tabel met de resultaatverwerking (sectie MIC 5) en de toelichting (sectie MIC 6);

andere overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen neer te leggen documenten: de inlichtingen omtrent de deelnemingen (sectie MIC 7.1) en de lijst van ondernemingen waarvoor de onderneming onbeperkt aansprakelijk is (sectie MIC 7.2); de aandeelhoudersstructuur (sectie MIC 8); de andere overeenkomstig art. 100 van het Wetboek van Vennootschappen te vermelden inlichtingen (sectie MIC 9); in voorkomend geval, het jaarverslag (sectie MIC 10) en het verslag van de commissarissen (sectie MIC 11); en de sociale balans (sectie MIC 12).

De balans, de resultatenrekening, de resultaatverwerking en de staat van de immateriële vaste activa van het micromodel zijn identiek aan deze van het verkort model. De rest van de toelichting is ingekort naar de informatie over de eigen aandelen, de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen, de relaties met de verbonden partijen en de waarderingsregels. In de toelichting (van de drie modellen trouwens) is een sectie 'Andere in de toelichting te vermelden inlichtingen' (MIC 6.6) toegevoegd, die niet elders werden opgenomen.

Tijdstip

Vanaf de zomer 2016 mogen de jaarrekeningen voor de boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2016 worden neergelegd in PDF-formaat; in XBRL-formaat zal dit kunnen vanaf 1 april 2017.

Klik hier voor het micromodel voor microvennootschappen.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief