Deeleconomie: de btw-aspecten

Eerder bespraken we al het nieuwe regime in de inkomstenbelasting voor inkomsten uit de deeleconomie. Activiteiten ontplooien in de deeleconomie heeft echter ook btw-gevolgen. In deze bijdrage doen we de btw-aspecten uit de doeken.

Als we spreken van de deeleconomie dan bedoelen we goederen  en diensten die tussen particulieren worden gedeeld, geruild en verkocht. Vaak gebeurt dat via onlineplatformen, zoals kapaza, thuisafgehaald.be, Airbnb, Uber, ...

Ter herinnering: het regime in de inkomstenbelasting

Particulieren die diensten verlenen aan andere particulieren en daaruit inkomsten halen, betalen slechts 20 % belasting op deze inkomsten, op voorwaarde dat ze de diensten enkel aanbieden via een erkend onlineplatform.  Bovendien mogen ze forfaitair 50 % beroepskosten aftrekken, waardoor de reële belastingvoet slechts 10 % bedraagt. De regeling geldt enkel voor zover men niet meer dan 5.000 EUR (geïndexeerd) inkomsten verwerft op deze manier. Voor 2016 ligt de drempel op 2.500 EUR omdat de regeling pas op 1 juli is ingegaan.

Regels in de btw

Ook op btw-vlak heeft deze regeling gevolgen. Kort gezegd moeten natuurlijke personen die actief zijn in de deeleconomie geen btw-nummer hebben, als ze in aanmerking komen als kleine onderneming voor de btw (omzetdrempel onder 25.000 EUR).  Dit betekent dat een natuurlijke persoon, actief in de deeleconomie, op de diensten die hij presteert geen btw moet aanrekenen. Hij moet zich niet registreren voor de btw en heeft geen btw-nummer nodig, moet geen btw-aangiften en geen klantenlisting indienen. Anderzijds houdt het ook in dat hij de zelf betaalde btw niet mag aftrekken.

Let op: een particulier in de deeleconomie valt dus niet helemaal samen met de kleine ondernemingen: die laatsten moeten wel een btw-nummer hebben.

Daarnaast gelden er nog wel heel wat andere voorwaarden, die gedeeltelijk samenvallen met de voorwaarden in de inkomstenbelasting:

De diensten moeten plaatsvinden in België.

De dienstverrichter mag dezelfde diensten niet verrichten binnen zijn normale economische activiteit (bv. kok die restaurant heeft en daarnaast via platform maaltijden aan huis levert = uitgesloten van de regeling).

De natuurlijke persoon mag de diensten enkel aanbieden via een elektronisch platform, dat ook instaat voor afhandeling van de betalingen. Bovendien mag hij deze diensten enkel verrichten voor andere particulieren die ze louter privé gebruiken. Diensten verricht voor een belastingplichtige die ze gebruikt voor zijn economische activiteit zijn dus uitgesloten.

Maximale omzet is 5.000 EUR (geïndexeerd) per kalenderjaar. Bij het bepalen van de omzet wordt gekeken naar het brutobedrag van de inkomsten. Dat wil zeggen: het bedrag dat door het platform wordt betaald of toegekend, verhoogd met het bedrag dat het platform zelf inhoudt voor de eigen werking (commissie).  Uitzonderlijk mag deze grens met maximaal 10 % worden overschreden. Let op: deze tolerantie geldt enkel voor de btw en niet voor de inkomstenbelasting.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Op 3 april lanceerde de Vlaamse belastingdienst (Vlabel) de nieuwe applicatie ‘ERFonline’. Met ERFonline kan u een nalatenschapsaangifte online invullen en versturen. Een hele stap voorwaarts.

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief