Referentierentevoeten: goedkope of renteloze leningen aan bedrijfsleiders

Wanneer een vennootschap een goedkope of renteloze lening verstrekt aan een werknemer of bedrijfsleider wordt dat beschouwd als een belastbaar voordeel van alle aard. Het is dan ook cruciaal om de waarde van zo’n voordeel vast te stellen. De fiscus baseert zich daarvoor op de referentierentevoeten. Die worden jaarlijks bekendgemaakt in het Staatsblad. In februari werden de referentierentevoeten voor 2016 gepubliceerd.

De fiscus maakt onderscheid tussen hypothecaire en niet-hypothecaire leningen. Binnen deze twee categorieën wordt verder onderscheid gemaakt tussen leningen met een variabele of vaste rentevoet (voor de hypothecaire leningen) en tussen leningen met of zonder vaste looptijd (voor de niet-hypothecaire leningen).

Hypothecaire leningen

Hypothecaire leningen met vaste rentevoet

Voor hypothecaire leningen met vaste rentevoet is het belastbaar voordeel gelijk aan het verschil tussen de referentierentevoet van het jaar waarin de lening werd gesloten, en de rentevoet die de bedrijfsleider/werknemer die de lening heeft gekregen, werkelijk betaalt.

De referentierentevoet verschilt naar gelang de lening al dan niet wordt gewaarborgd door een gemengde levensverzekering. Voor leningen afgesloten in 2016 bedraagt de referentierentevoet: 1,65 % (gewaarborgd door een gemengde levensverzekering) of 1,78 % (andere leningen).

Hypothecaire leningen met variabele rentevoet

Voor hypothecaire leningen met een variabele rentevoet maakt de fiscus gebruik van de referte-indexen die elke maand in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd.

Niet-hypothecaire leningen

Niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd

Bij niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd gaat de fiscus uit van het forfaitair maandelijks lastenpercentage of het reëel jaarlijks lastenpercentage van het jaar waarin de lening werd gesloten om de waarde van het voordeel te berekenen.

Het maandelijks lastenpercentage varieert in functie van het doel van de lening en bedraagt  0,06 %, (lening om wagen aan te kopen) of 0,13 % (voor andere leningen).

Niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd

De referentierentevoet voor niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd  bedraagt 9,27 %. Deze referentierentevoet wordt onder andere gebruikt voor voorschotten op rekening-courant die in 2016 werden opgenomen.

Referentierentevoet van vorig jaar

Zoals gezegd is in het begin van het jaar steeds pas de referentierentevoet van het afgelopen jaar bekend. De genoemde bedragen gelden dus voor leningen toegestaan in 2016. Dit heeft inderdaad als consequentie dat  een bedrijfsleider of werknemer de waarde van het voordeel dat hij heeft gekregen, pas kent als het jaar waarin hij het heeft gekregen al voorbij is.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief