Geregistreerd kassasysteem (GKS): circulaire moet onduidelijkheden oplossen

Het geregistreerd kassassysteem, in de volksmond ook wel de witte kassa genoemd, is ondertussen al een tijd verplicht in de horeca. Toch bestaan er nog heel wat onduidelijkheden. Moeilijkheid blijft het onderscheid tussen het leveren van spijs en drank en het verrichten van een catering- of restaurantdienst.

Waarom is het onderscheid belangrijk?

Wanneer een belastingplichtige spijs en drank verkoopt (aan een consument), kan deze handeling op twee manieren bekeken worden: (1) als de levering van een goed, (2) als het verrichten van een restaurant- of cateringdienst.

Waarom is het onderscheid belangrijk?

Het tarief: bij het verrichten van catering- of restaurantdiensten is er 12 % btw verschuldigd op het eten en 21 % op de drank, bij een levering van een goed (etenswaren) is het verlaagd tarief van 6 % meestal verschuldigd.

De lokalisatieregels: waar vindt de handeling plaats, waar is de btw verschuldigd.

Voor de witte kassa is het van belang om te beoordelen of de omzetdrempel van 25.000 euro wordt bereikt. Een belastingplichtige die onder deze drempel blijft, moet de witte kassa niet gebruiken.

Verstrekken van eten en drinken gebeurt bij de belastingplichtige zelf

De circulaire spreekt van 'een ruimte' van de belastingplichtige. Dat kan zowel binnen als buiten zijn. De ruimte hoeft geen eigendom zijn van de belastingplichtige, ook een gehuurde ruimte telt.

Als de belastingplichtige een ruimte binnen heeft, waarbij de klanten deze infrastructuur gebruiken en hun eten ter plaatste verbruiken, gaat het om een restaurantdienst. Het speelt geen rol dat er enkel standaardspijzen verkrijgbaar zijn, dat de inrichting tijdelijk of verplaatsbaar is of hoe comfortabel de inrichting is, ...

Als de klanten het eten en drinken buiten consumeren, kan er ook sprake zijn van een restaurantdienst. Maar enkel als de uitbater één of meerdere (sta)tafels of een uitklapbare toog voorziet, en daarnaast minstens nog één extra dienst aanbiedt:

een bijkomend infrastructuurelement die de consumptie ter plaatse aangenamer maakt zoals parasols, sfeermuziek, tafelbekleding

mogelijkheid tot zitten

bediening aan tafel.

Als er geen bijkomende diensten worden aangeboden, wordt het aanbod van dranken en/of spijzen gezien als de loutere levering van een goed.

Als de uitbater zowel een ruimte binnen als buiten heeft, wordt voor iedere handeling apart geoordeeld of aan de voorwaarden is voldaan.

De belastingplichtige levert eten en drinken op een andere plaats

De situatie is anders wanneer de belastingplichtige op een andere plaats (bij de klant thuis of op een door de klant gekozen locatie) spijzen en dranken levert. Denk daarbij aan een traiteur, foodtruck of kok aan huis. Ook deze handeling kan een dienst zijn of de loutere levering van een goed.

Wanneer de belastingplichtige enkel spijzen en dranken levert, zonder verdere tussenkomst, doet hij een gewone levering van goederen.

Wanneer er ook menselijke tussenkomst is van de belastingplichtige, wordt de handeling een cateringdienst:

bereiding/verwarmen van de spijzen ter plaatse

serveren van de maaltijden, achteraf afruimen van tafels,  afwas

schikking van het buffet.

Het moet hierbij wel gaan om een menselijke tussenkomst door de belastingplichtige zelf, niet van een derde. Het gaat dan wel om een echte derde: er zou immers misbruik kunnen voorkomen wanneer een verbonden derde (bv. een dochteronderneming van de cateraar) de tussenkomst zou verzorgen. Op die manier zou een cateraar op kunstmatige wijze ervoor kunnen zorgen dat zijn diensten niet worden meegeteld voor de omzetdrempel van 25.000 euro.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Ondernemingen en zelfstandigen die een beroep doen op een aannemer voor bouwwerkzaamheden, moeten controleren of de betrokken aannemer geen schulden heeft bij de RSZ of fiscus. Is dat wel het geval, dan is er een inhoudingsverplichting. Via de link https://www.checkinhoudingsplicht.be kan u gemakkelijk nagaan of zo’n inhouding nodig is.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief