Zelfstandigen beter beschermd in geval van gelijkstelling met bijberoep

Bepaalde zelfstandigen in hoofdberoep kunnen op aanvraag gelijkgeschakeld worden met een zelfstandige in bijberoep. Ze betalen dan minder of geen sociale bijdragen. Die gelijkstelling vereist dat de beroepsinkomsten onder een bepaalde drempel blijven. Voor het bijdragejaar 2019 worden deze zelfstandigen beter beschermd bij een herziening van hun bijdragen.

Artikel 37 van het Algemeen reglement over het sociaal statuut van de zelfstandigen (koninklijk besluit van 19 december 1967) regelt de gelijkstelling van zelfstandigen in hoofdberoep met personen die hun zelfstandig beroep als bijberoep uitoefenen om een vrijstelling of vermindering van sociale bijdragen te bekomen.

Voorwaarde: alleen voor bepaalde categorieën.
of gehuwd zijn met een zelfstandige in hoofdberoep (minstens deeltijds werknemer/minstens deeltijds ambtenaar) of met iemand met een vervangingsinkomen (bv. pensioen of werkloosheidsuitkering)
of student zijn
of weduwe/weduwnaar zijn en een overlevingspensioen ontvangen.

Voorwaarde: netto beroepsinkomsten vallen onder bepaalde grenzen.
Voor een vrijstelling van bijdragen moeten de vermoedelijke inkomsten in 2019 lager liggen dan 1.531,99 euro per jaar.
Voor een vermindering van bijdragen moeten de vermoedelijke inkomsten in 2019 liggen tussen 1.531,99 euro en 7.253,83 euro per jaar.

Voorwaarde: dossier indienen met bewijzen en objectieve elementen.
De aanvraag gebeurt bij het sociaal verzekeringsfonds.
De beslissing tot vrijstelling van bijdragen is voorlopig want van zodra de definitieve referte-inkomsten gekend zijn, kunnen de bijdragen geregulariseerd worden.
Alleen voorlopige bijdragen die nog niet werden herzien, kan je recupereren. De eventuele terugbetaling kan enkel gebeuren op voorwaarde dat op grond van de betaalde bijdragen niet al sociale rechten werden genoten (ten vroegste naar aanleiding van de regularisatie).

Geen sociale rechten

Wie zich beroept op de toepassing van artikel 37 bouwt in het sociaal statuut van de zelfstandigen geen sociale rechten op in eigen naam. Dus tijdens de gelijkgestelde jaren wordt geen pensioen opgebouwd, heb je geen recht op kinderbijslag, een arbeidsongeschiktheidsuitkering of op terugbetaling van medische kosten.
Je socialezekerheidsrechten (ziekteverzekering, kinderbijslag, pensioen) worden opgebouwd via je partner (zie 1e voorwaarde).

Stopzetten van gelijkstelling

De gelijkstelling met een bijberoep kan je stopzetten via een aanvraag tot verzaking bij je sociaal verzekeringsfonds. De verzaking treedt in principe slechts in werking vanaf de eerste dag van het jaar dat volgt op het jaar waarin de verzaking is gedaan.
Nieuw is dat de gelijkstelling niet enkel meer geldig is voor het betrokken bijdragejaar maar ook voor de volgende jaren, zolang de zelfstandige niet uitdrukkelijk verzaakt aan de toepassing van artikel 37.

De aanvrager wordt geacht verzaakt te hebben aan zijn aanvraag wanneer zijn beroepsinkomsten (berekening voorlopige bijdragen) de drempel voor de gelijkstelling bereiken en hij geen aanvraag tot vermindering heeft ingediend. Die verzaking heeft uitwerking vanaf 1 januari van het betreffende bijdragejaar. Dus wie een wettelijke voorlopige bijdrage betaalt die minstens even hoog is als voor een zelfstandige in hoofdberoep, wordt vanaf bijdragejaar 2019 automatisch als een zelfstandige in hoofdberoep beschouwd.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief