Aanvang, wijziging of stopzetting btw-werkzaamheid: binnenkort digitaal aangeven

Wie een zelfstandige activiteit begint, moet daar in principe aangifte van doen bij de btw-administratie. De oude formulieren worden weldra vervangen door een digitale aangifte.

Een zaak starten

Vooraleer u een “economische activiteit” mag aanvangen moet u zich laten inschrijven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Zij geven u een ondernemingsnummer.
Vervolgens moet u -als u een btw-activiteit start- een btw-identificatie aanvragen. Dat doet u voorlopig nog via het formulier 604A (Aanvraag tot identificatie voor btw-doeleinden bij aanvang van een activiteit).
Als alles in orde is, zal het bevoegde kantoor het ondernemingsnummer activeren als btw-identificatienummer en u via een aangetekende brief meedelen dat u voortaan een belastingplichtige bent.

Wijzigingen en stopzettingen

De btw-administratie moet ook verwittigd worden als u uw zaak stopt of als er een wijziging is in het adres van uw zaak, in de benaming of de activiteit ervan.
Een wijziging geeft u aan via formulier 604B, een stopzetting via formulier 604C.

Weldra digitaal

Vanaf 1 januari 2020 moet u deze formulieren niet langer via de post verzenden of ze zelf afgeven op het btw-kantoor. U zal vanaf die datum de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit verplicht digitaal moeten indienen.

Standaard wordt in de wetgeving een uitzondering voorzien voor belastingplichtigen die kunnen aantonen “dat zij zelf dan wel de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangiften namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen”. Maar u begrijpt dat deze uitzondering nog maar zelden toegepast wordt.

De applicatie is momenteel nog niet klaar maar zou dat vanaf 1 januari 2020 wel moeten zijn. En zo wordt het weer wat eenvoudiger om belastingplichtige te worden... voor btw-doeleinden wel te verstaan.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief