Nalatigheids- en moratoriuminteresten in 2020

De nalatigheidsinteresten voor kalenderjaar 2020 bedragen 4% aldus een bericht van de administratie. De moratoriuminteresten bedragen daarom 2%.

De belastingplichtige betaalt 4%

Sinds de hervorming vennootschapsbelasting van 2017 legt de fiscus elk jaar rond oktober - november, het tarief vast van de nalatigheidsinteresten. U bent nalatigheidsinteresten verschuldigd als u een openstaande belastingschuld heeft.
Tot 2017 was het tarief 7% maar dit was zo onredelijk hoog in vergelijking met de geldende rentevoeten, dat de wetgever besliste om het tarief meer te koppelen aan de reële rentevoeten, zonder daarbij het “ontradend” effect van nalatigheidsinteresten weg te nemen.

De wet bepaalt dat het tarief gelijk is aan het gemiddelde tarief van de lineaire obligaties op 10 jaar van de maanden juli, augustus en van het voorgaande jaar (dus 2019 voor het tarief van 2020). Het tarief moet echter tussen 4% en 10% liggen. Vermits de lineaire obligaties op 10 jaar enkel in juli net boven nul stonden en voor de 2 andere maanden zelfs negatief waren, is het minimum tarief van 4% van toepassing.

De belastingadministratie betaalt 2%

Ook als u geld tegoed hebt van de belastingadministratie, zijn er interesten verschuldigd, door de overheid wel te verstaan. Dat zijn dan moratoriuminteresten. Het tarief van die interesten ligt per definitie 2% lager dan die van de nalatigheidsinteresten. Naar de reden van het verschil moet u niet ver zoeken: budget...

Nieuws

Eén van de belangrijke hervormingen uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is de zogenaamde dubbele uitkeringstest. BV’s en CV’s mogen enkel nog maar dividenden uitkeren als de netto-actieftest en de liquiditeitstest een positief resultaat geven. Voor NV’s geldt enkel de netto-actieftest.

Als u als bedrijfsleider een lening krijgt van uw eigen vennootschap, dan kijkt de fiscus of de interest die u betaalt, marktconform is. Die marktrente wordt jaarlijks vastgelegd. De vraag is of het forfaitair berekende voordeel zonder meer geaccepteerd moet worden.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2019 weer een beetje omhoog en dat is goed nieuws voor wie een bedrijfswagen heeft.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief