Misbruik van vennootschapsgoederen die frauduleus werden verworven

Misbruik van vennootschapsgoederen is geen vennootschapsrechtelijk issue. Het is een misdrijf dat strafrechtelijk wordt benaderd. Slachtoffers van zo’n misbruik van vennootschapsgoederen kunnen zich burgerlijke partij stellen om schadevergoeding te krijgen. Maar wat is de waarde van frauduleus verworven vennootschapsgoederen?

Welke misbruiken?

De definitie van misbruik van vennootschapsgoederen vinden we terug in artikel 492bis van het Strafwetboek. Het wordt er omschreven als de situatie waarbij “de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten”.

Deze omschrijving is erg ruim. De poetsvrouw tewerkgesteld door de vennootschap die ook bij u thuis komt poetsen, is in theorie evengoed misbruik van vennootschapsgoederen als de bestuurder die activa van zijn vennootschap te goedkoop verkoopt aan een derde om van die derde persoonlijke voordelen te verkrijgen.

Algemeen wordt aangenomen dat er sprake is van misbruik van vennootschap als er 5 voorwaarden voldaan zijn.

In eerste instantie moet het gaan om misbruik door bestuurders, in rechte of in feite (bv. een personeelslid dat in werkelijkheid bestuursdaden stelt).

Ten tweede: het misbruik moet betrekking hebben op goederen al dan niet in eigendom van de vennootschap (bijvoorbeeld als de vennootschap optreedt als borg voor een persoonlijke lening van de bestuurder) of op de goede naam (het krediet) van de vennootschap.

De derde voorwaarde is dat de rechtspersoon nadeel heeft ondervonden van het misbruik, en dat nadeel moet doorwerken tot op het niveau van de schuldeisers of de vennoten. (bijvoorbeeld omdat de solvabiliteit van de vennootschap daalt.

Ten vierde: de bestuurder heeft het misbruik gesteld met het oog op een persoonlijk voordeel.

Ten slotte moet het bedrieglijk opzet bewezen zijn.

Misbruik is niet noodzakelijk 'actief'

U zou uit de definitie kunnen afleiden dat er maar sprake is van misbruik als de bestuurder ook effectief daden stelt waarmee de vennootschap benadeeld wordt.
Maar het Hof van Cassatie oordeelde in 2015 dat ook een onthouding of een verzuim om te handelen, misbruik kan uitmaken. Als de bestuurder niet opeist waar de vennootschap recht op heeft om hier zelf een voordeel uit te halen (hij is bijvoorbeeld aandeelhouder van de schuldenaar) is daar een voorbeeld van.

Frauduleus verworven vennootschapsgoederen

Een andere vraag die onlangs aan het Hof van Cassatie werd voorgelegd betrof een vennootschap die volgens haar maatschappelijk doel een medisch administratiekantoor moest zijn maar die in werkelijkheid diensten verleende als belastingconsulent en accountant.
Een aandeelhouder die hier niet akkoord mee ging vervolgde de bestuurders omdat zij volgens hem de goederen en het krediet van de vennootschap misbruikten om er de activiteit van accountant/belastingconsulent mee uit te oefenen.

Het hof van beroep was daar niet mee akkoord: het cliënteel dat gecreëerd werd kon geen waarde hebben (er waren dus geen goederen om te misbruiken) omdat de activiteit onwettig was en zelfs strafrechtelijk strafbaar.

Maar volgens het Hof van Cassatie betekent het feit dat de activiteiten strijdig zijn met de openbare orde niet dat het cliënteel en de winst die er uit voorkomt geen enkele economische waarde hebben. De betrokken aandeelhouder kreeg dus gelijk van het Hof van Cassatie en zal, nadat het hof van beroep de straf heeft uitgesproken, recht hebben op een schadevergoeding.

Nieuws

Bij een inbreng, fusie of splitsing is het niet ongebruikelijk dat de partijen een bepaalde datum vastprikken voor de waardering van hun deal. Vervolgens worden nog diverse afspraken gemaakt en wordt het contract soms pas maanden later getekend. Hoe gaat de fiscus om met die terugwerkende kracht.

Eind 2020 verhoogde de wetgever het standaardtarief van de investeringsaftrek van 8% naar 25% voor de vaste activa die worden verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022. Daardoor ligt het standaardtarief hoger dan het ‘verhoogde tarief’. Welk tarief is toepasselijk voor investeringen die onder aanslagjaar 2023 vallen ?

Als de vennootschap een kost draagt die de bedrijfsleider ten goede komt, kán die uitgave volgens de bezoldigingstheorie beschouwd worden als een vergoeding voor het geleverde werk. Onder voorwaarden. Het Hof van Beroep van Antwerpen besliste onlangs dat een stijging van de omzet een goed argument is in die discussie.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief