De consumptiecheque

Het duurde even vooraleer het ook officieel in het Staatsblad stond maar op 17 juli 2020 was het zo ver: een nieuw artikel 19quinquies in het koninklijk besluit van 28 november 1969. In het Nederlands: de consumptiecheque.

Het KB van 1969

Het koninklijk besluit van 28 november 1969 is een belangrijk stukje wetgeving voor de toepassing van de sociale zekerheid. Het bepaalt wie onderworpen is aan de sociale zekerheid en vooral, wat als loon beschouwd moet worden.

Voor de toepassing van de sociale zekerheid is zowat alles wat de werkgever aan de werknemer betaalt, een vorm van loon. In artikel 19 vinden we een lijst van vergoedingen die volgens het algemene principe als loon zouden gezien worden zoals vakantiegeld, ecocheques, maaltijdcheques, enz. Maar bij elk van die bepalingen lezen we ook onder welke voorwaarden de vergoeding toch niet als loon zal beschouwd worden (en er dus ook geen sociale zekerheid verschuldigd is).

De vijfde vrijstelling

Artikel 19 zelf regelt de sociale zekerheid voor vakantiegeld. Daarna hebben we maaltijdcheques (19bis), sport- en cultuurcheques (19ter) en ecocheques (19quarter). Daar komt nu dus een vijfde bijzondere regeling bij: de consumptiecheques (19quinquies).

Consumptiecheques zijn in principe dus loon maar de vrijstelling is mogelijk. Voor die vrijstelling moeten niet minder dan 8 voorwaarden vervuld worden.

De cheque mag niet worden verleend ter vervanging of ter omzetting van loon, premies, voordelen in natura of van enig ander voordeel of van een aanvulling bij het voorgaande, dat al dan niet bijdrageplichtig is voor de sociale zekerheid. Met deze voorwaarde wil de regering vermijden dat de vrijstelling een kost zou betekenen voor de RSZ. Nu heeft het extra loon geen impact op de opbrengsten uit de RSZ-bijdragen: niet positief, maar ook niet negatief;

De toekenning van de cheque moet vervat zijn in een cao op het niveau van de sector of de onderneming. Als dat niet mogelijk is, dan kan de consumptiecheque ook via een individuele overeenkomst toegekend worden;

De waarde van de een cheque mag niet meer bedragen dan 10 euro en de werkgever mag een werknemer maximaal 300 euro aan cheques toekennen;

De cheque mag niet omgeruild worden in geld;

De cheque is op naam;

De cheques zijn geldig tot en met 7 juni 2021, d.i. 12 maanden te rekenen vanaf de datum dat horeca weer open mocht;

De werkgever mag dit soort cheques uitreiken tot en met 31 december 2020.

De besteding

De achtste en laatste voorwaarde betreft de aanwendingsmogelijkheden van de cheque. Die kan namelijk enkel besteed worden bij in de horecasector, in de (erkende) culturele sector of in erkende sportverenigingen. De cheques kunnen ook worden gebruikt in kleinhandelszaken die tijdens de lockdown verplicht langer dan één maand gesloten waren.

Alle werkgevers en meer

Bijzonder is wel dat iedereen die de hoger opgesomde voorwaarden respecteert de consumptiecheque kan uitgeven. Het hoeft dus niet noodzakelijk te gaan om een werkgever. Ook een lokaal bestuur kan de cheques uitgeven en in dat geval is het zelfs mogelijk om de besteding van de cheques geografisch te beperken (lees: enkel geldig in eigen stad).

Fiscaal

Ook fiscaal is de consumptiecheque helemaal geregeld: de Corona III-wet, een wet die allerlei fiscale bepalingen bevat voor de relance van onze economie, voorziet een vrijstelling personenbelasting voor wie de cheque krijgt.
Sterker nog: de onderneming die de cheque aan zijn personeel geeft, kan de kost van de consumptiecheque wel degelijk aftrekken.

Niet te verwarren met koopkrachtcheques

Eind mei diende enkele PS-parlementsleden een voorstel in “tot versterking van de koopkracht en tot ondersteuning van de relance van de economie na afloop van de COVID-19-crisis”. Ook dit wetsvoorstel werkt met een cheque: de mensen met een beroepsinkomen of een vervangingsinkomen van maximaal 2.000 euro netto per maand zouden volgens het voorstel tien “koopkrachtcheques” ontvangen, voor een bedrag van 200 euro in totaal. Dit voorstel was nog niet goedgekeurd op het ogenblik dat het parlement aan zijn vakantie begon.

Succesverhaal?

Of de consumptiecheque een succes wordt, is nog af te wachten. Sommige werkgeversorganisaties menen dat de ondernemingen in deze crisisperiode niet meteen de intentie of zelfs de mogelijkheid hebben om hun personeel een extra bonus te geven. Mogelijkerwijze houden zij liever de vinger op de knip.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief