Neerleggen van de jaarrekening: een klein beetje uitstel

Echt uitstel kunnen we het niet noemen: wie zijn jaarrekening te laat neerlegt, zal een bijzondere bijdrage voor laattijdige neerleggingen niet moeten betalen. Maar, u krijgt slechts 2 maanden extra.

Tijdig neerleggen

Het WVV schrijft voor dat de jaarrekening van een vennootschap moet neergelegd worden door het bestuursorgaan. Ze heeft daarvoor 30 dagen na de goedkeuring van de jaarrekening. De jaarrekening moet in elk geval neergelegd worden binnen de 7 maanden na de afsluiting van het boekjaar.
Het wetboek voorziet in eerste instantie als sanctie het vermoeden dat schade geleden door derden geacht wordt voort te komen uit die laattijdigheid. Maar dat vermoeden is weerlegbaar.

Sanctie

Er is echter ook een échte sanctie. Het gaat om een tarieftoeslag, een bijdrage die verschuldigd is bovenop de gewone kosten voor openbaarmaking van de jaarrekeningen bij de Nationale Bank van België. Het gaat om een “bijdrage in de kosten die de federale overheid maakt voor de opsporing en opvolging van ondernemingen in financiële moeilijkheden”.

De tarieftoeslag neemt toe naarmate u de jaarrekening later neerlegt:

Legt u de jaarrekening neer in de negende maand na de afsluiting van het boekjaar, dan bedraagt de bijdrage 400 euro;

Als de stukken neergelegd worden van de tiende tot de twaalfde maand, bedraagt de bijdrage al 600 euro;

Worden de stukken neergelegd vanaf de dertiende maand na de afsluiting van het boekjaar, dan is de vennootschap een bijdrage verschuldigd van 1.200 euro bovenop de gewone openbaarmakingskosten.

Corona-tijdperk

De regering maakte in juli gebruik van haar bevoegdheid om - in geval van overmacht - een vrijstelling te verlenen van de tarieftoeslag. De COVID-19 pandemie wordt gezien als een algemeen geval van overmacht wat een algemene vrijstelling billijkt.

Op 20 juli 2020 verscheen in het Belgisch Staatsblad een ministerieel besluit dat de tarieftoeslag kwijtscheldt voor de negende en de tiende maand. De toeslag is verschuldigd als de vennootschap haar stukken pas neerlegt vanaf de 11de maand na de afsluiting van boekjaar.
Twee maanden slechts want de bevoegdheid van de minister strekt niet verder dan 2 maanden.

Deze vrijstelling geldt enkel voor rechtspersonen waarvan de jaarrekening werd afgesloten tussen 1 september en 31 december 2019. Dat is niet onlogisch. De normale termijn van 7 maanden viel immers in volle coronacrisis.

Bijvoorbeeld: vennootschappen die afsloten op 1 september 2019, moesten hun jaarrekening neerleggen, ten laatste op 1 april 2020. Doen zij dat pas op 1 mei, dan zijn er nog geen potten gebroken. Dankzij deze vrijstelling lopen zij ook daarna nog geen bijdragetoeslag op tot 1 juli 2020.
Voor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten op 31 december 2019 was de uiterste datum 31 juli 2020. Zij ontsnappen ook daarna nog aan de toeslag tenminste als zij hun jaarrekening neerleggen vóór 1 november 2020.

Opgelet: het gaat om een vrijstelling, niet om een uitstel of vertraging... Sluit het boekjaar op 31 december 2019 en legt de vennootschap pas op 2 november 2020 haar jaarrekening neer, dan is er niet een toeslag van 400 euro verschuldigd, maar meteen van 600 euro.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

Op 12 oktober 2021 publiceerde de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) een advies over de alarmbelprocedure onder het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De toepassing van de alarmbelprocedure hangt in grote mate af van de waarderingsregels die het bestuursorgaan hanteert. Bestuurders die de regels correct toepassen, vermijden de bijzondere aansprakelijkheid die zij kunnen oplopen.

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen van hun werkgever, worden belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cataloguswaarde van het voertuig. Als de werkgever daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werknemer elektriciteit “tankt” op kosten van de werkgever?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief