Tarieven notionele interestaftrek voor aanslagjaar 2021 en 2022

Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld van de notionele interestaftrek (NIA, aftrek voor risicokapitaal). In het Staatsblad van 8 december 2020 werd niet alleen het tarief bekend gemaakt voor aanslagjaar 2021, maar ook dat van aanslagjaar 2022.

Daling tegenover aanslagjaar 2020

Het basistarief van de aftrek voor risicokapitaal voor aanslagjaar 2020 bedroeg 0,726%.
Dit basistarief gaat flink naar beneden, zelfs in die mate dat het basistarief van de notionele interestaftrek zowel voor aanslagjaar 2021 als voor aanslagjaar 2022, negatief is.

Voor aanslagjaar 2021 bedraagt het basistarief "- 0,092%".
Voor aanslagjaar 2022 bedraagt het tarief "- 0,160%".

Kmo's genieten van een verhoogd tarief, nl. 0,5% boven het basistarief. Met andere woorden:

voor aanslagjaar 2021: 0,408%

voor aanslagjaar 2021: 0,340%.

Berekening van het NIA-tarief

Het tarief van de notionele interestaftrek wordt sinds 2014 berekend op basis van het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligatie op tien jaar van juli, augustus en september van het voorlaatste jaar vóór het aanslagjaar. Voor aanslagjaar 2022 waren dat het gemiddelde van de referte-indexen van juli 2020 (0,096), augustus 2020 (- 0,198) en september 2020 (- 0,185) wat dus een negatief totaal geeft van - 0,160%.

Kleine vennootschappen (kmo's) krijgen daarbij dus een extraatje van 0,5% bij, zodat die voor het aanslagjaar 2022 een aftrek van 0,340% kunnen toepassen. Voor deze regel wordt een kleine vennootschap gedefinieerd als een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van volgende criteria overschrijden (artikel 1:24, §1 tot §6 WVV - wetboek van vennootschappen en verenigingen):

jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50

jaaromzet, exclusief btw: 9 miljoen euro

balanstotaal: 4,5 miljoen euro.

Maxima

Het nieuwe tarief mag nooit meer dan 1 procentpunt afwijken van het tarief van het vorige aanslagjaar. Het percentage mag ook nooit hoger zijn dan 3% voor 'grote' vennootschappen en 3,5% voor kmo's.
Geen van beide drempels werd dit jaar overschreden.

Berekening van het risicokapitaal

Om uw aftrek van notionele interestaftrek te bepalen, moet u kijken naar de gemiddelde toename van het eigen vermogen over een termijn van vijf jaar. Dat wil zeggen: het risicokapitaal bedraagt één vijfde van het positief verschil tussen het gecorrigeerde eigen vermogen aan het einde van het boekjaar zelf en het gecorrigeerde eigen vermogen van het vijfde voorafgaande boekjaar.

Negatieve bedragen

Voor beide aanslagjaren is de notionele interestaftrek voor gewone vennootschappen dus negatief. Bij de bekendmaking van de nieuwe tarieven op 8 december 2020 deelde de administratie mee dat de minister van Financiën een wetsaanpassing zal voorstellen waardoor de aftrek voor risicokapitaal niet van toepassing is (of het tarief op nul gezet wordt) als het tarief negatief is.

Nieuws

Eind september 2023 bereikte minister van FinanciŽn Vincent Van Peteghem in de ministerraad een akkoord over de verplichte invoering van digitale facturatie (e-invoicing) tussen ondernemingen vanaf 1 januari 2026. Er wordt een ruime overgangstermijn voorzien, zodat elke belastingplichtige de kans krijgt om zich aan te passen aan deze nieuwe werkwijze.

Via de investeringsaftrek kan een onderneming een gedeelte van haar winst vrijstellen voor bepaalde nieuwe investeringen die zij tijdens het belastbare tijdperk heeft gedaan. Met welke (gewijzigde) percentages voor de investeringsaftrek moet u rekening houden?

Mobiliteit en duurzaamheid gaan alsmaar vaker hand in hand. Ook op fiscaal vlak zien we dat beide thema's nauwer op elkaar afgestemd worden, onder meer via de wet inzake de 'fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit' die de federale regering twee jaar geleden publiceerde.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief