Een vennootschap pleegt een onrechtmatige daad

De parlementaire ‘Commissie voor de hervorming van het aansprakelijkheidsrecht’ heeft recent een voorontwerp van wet uitgewerkt om de bepalingen op de buitencontractuele aansprakelijkheid uit het Burgerlijk Wetboek te hervormen. Wat zegt dit voorontwerp over rechtspersonen die een fout begaan?

Buitencontractuele aansprakelijkheid

Wat is ‘buitencontractuele aansprakelijkheid’? In algemene termen bewoordingen gaat het  hier over de aansprakelijkheid die fysieke personen of rechtspersonen dragen voor hun handelingen. Men spreekt ook van ‘foutaansprakelijkheid’. Als u door een foute handeling schade veroorzaakt aan een ander, dan bent u daarvoor aansprakelijk. 

Ook rechtspersonen – vennootschappen en verenigingen – kunnen tegen zo’n foutaansprakelijkheid aanlopen. De huidige wettekst spreekt wel van een 'daad van de mens', maar de rechtspraak maakt geen onderscheid tussen particulieren en rechtspersonen. Het probleem is echter dat de juridische begrippen ‘vennootschap’ of ‘vereniging’ geen fysieke handelingen kunnen stellen; het is uiteindelijk altijd een mens van vlees en bloed die een daad heeft gesteld of die een beslissing heeft genomen. Toch wordt onder de bestaande wetgeving de buitencontractuele aansprakelijkheid altijd toegerekend aan de vennootschap. 

De organen van de vennootschap, en de bestuurder meer in het bijzonder, zijn zelden persoonlijk aansprakelijk, behalve in geval van bestuurdersaansprakelijkheid en in geval van precontractuele aansprakelijkheid. 

Nieuwigheden

Het voorontwerp van de parlementaire commissie voert een nieuw boek 5 ‘Verbintenissen’ in in het nieuwe Burgerlijk Wetboek. De ontwerptekst bevat een nieuw artikel 5.144, dat alle twijfel over de conceptuele toepasselijkheid van de regels inzake de foutaansprakelijkheid op rechtspersonen weg neemt: de buitencontractuele aansprakelijkheidsregels zijn in beginsel van toepassing, zowel op fysieke personen, als op rechtspersonen, en zowel op private, als op publieke rechtspersonen.

Het nieuwe artikel 5.146 wordt het centrale artikel over de foutaansprakelijkheid. Het zegt heel eenvoudig: wie door zijn fout schade veroorzaakt aan een ander, is ertoe gehouden die te herstellen. Dat artikel maakt met opzet geen onderscheid meer tussen fysieke personen en rechtspersonen.  

Dat betekent ook dat de foutaansprakelijkheid van de rechtspersonen niet per definitie moet voortkomen van de fouten van hun vennootschapsorganen (bestuurders). 
Omgekeerd, blijven de fouten van de organen in de uitoefening van hun functie, de rechtspersoon nog steeds verbinden. 

Het toekomstige artikel 5.147 definieert een ‘fout’ als een tekortkoming aan een gedragsregel die volgt uit de wet of uit de algemene zorgvuldigheidsplicht die geldt in het maatschappelijke verkeer.

Artikel 5.148 gaat daarop door, door de rechter de mogelijkheid te geven om bij de beoordeling van de algemene zorgvuldigheidsnorm onder meer rekening te houden met de beginselen ‘van goed bestuur en goede organisatie’. Met andere woorden, een vennootschap is niet alleen aansprakelijk voor de fouten van haar bestuurders, maar ook voor de schade die ontstaat door een gebrekkige organisatie!

Tot slot is er nog een nieuw artikel 5.158, dat een foutloze aansprakelijkheid invoert specifiek voor rechtspersonen. Zo is de rechtspersoon aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt wordt door zijn niet-ondergeschikte personen met een bestuursfunctie. Die bepaling is gebaseerd op het huidige artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, dat ‘meesters’ aansprakelijk stelt voor de daden die gesteld worden door hun aangestelden – vergeet niet dat veel regels uit het oude Burgerlijk Wetboek nog uit de 19e eeuw stammen...

Toekomstige wetgeving

Het nieuwe Boek ‘Verbintenissen’ met de nieuwe aansprakelijkheidsregels is nog niet definitief en het is, bij het afsluiten van dit artikel, nog niet afgeklopt op regeringsniveau. Maar omdat het om een technische materie gaat, is de kans groot dat de nieuwe aansprakelijkheidsregels er komen. De vraag is dan ook niet zozeer wát komt eraan, maar wannéér komt dit eraan.

Nieuws

Heeft u te veel btw doorgestort aan de Staat, dan heeft u de keuze: ofwel draagt u het krediet over naar de volgende maand of het volgende kwartaal, ofwel vraagt u de teveel betaalde btw terug. Maar voor een teruggave geldt een verjaringstermijn van drie jaar. De vraag is nu: wanneer die termijn begint te lopen?

Wat gebeurt er als een aandeelhouder zijn aandelen overdraagt vóór de volstorting ervan? Ook onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) blijft die vraag relevant.

Uw werkgever installeert zonnepanelen op het dak van uw privéwoning. Waarom ? Om u een voordeel te bieden? Of misschien bent u wel de bedrijfsleider en is de vennootschap gevestigd in een deel van uw woning? Hoe zit dat fiscaal? De minister verrast.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief