Aanvullende dekking bij kredietverzekering nodig?

Belgacap: Aanvullende dekking bij kredietverzekering nodig?

Krijgt uw onderneming een verminderde dekking van uw kredietverzekeraar? Dan kan u voortaan een beroep doen op de aanvullende dekking Belgacap. Momenteel geldt het systeem wel enkel voor binnenlandse transacties.

Belgacap is voorbehouden aan bedrijven die

1° al genieten van een kredietverzekering,

2° hun maatschappelijke zetel of hoofdactiviteit in België hebben en

3° sinds 1 januari 2009 een verminderde dekking kregen bij hun kredietverzekeraar.

De polis is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de polis van de basisdekking. De regeling geldt (voorlopig) voor binnenlandse transacties. Facturen van uw buitenlandse klanten binnen de EER zijn nog niet gedekt. Daarvoor is nog een Europees fiat nodig.

Bedragen

De aanvullende dekking is sowieso beperkt. Ze is altijd lager dan de basisdekking van de kredietverzekeraar. De aanvullende dekking en de basisdekking samen zijn maximaal even hoog als de oorspronkelijke dekking. Voor een kmo bedraagt de aanvullende dekking maximaal 1,5 miljoen euro en voor een grote onderneming maximaal 3 miljoen euro gedurende maximum drie maanden.
De Belgacap-regeling is niet gratis. U betaalt een halfjaarlijkse premie van 1 procent van het bedrag van de toegestane aanvullende dekking.
Als uw kredietverzekeraar zijn basislimiet opnieuw vermindert, kan ook de Belgacap-limiet worden aangepast. Elke opzegging van de basisdekking leidt automatisch tot de gelijktijdige opzegging van de Belgacap-dekking.

Procedure

De kredietverzekeraars checken of uw aanvraag voor een bijkomende dekking kan worden goedgekeurd. Zij verdelen ook het geld bij een schadegeval (als uw verzekerde onderneming niet langer wordt betaald door één of meer van uw klanten). U vult dan het formulier in dat uw verzekeraar ter beschikking stelt. Die laatste meldt het schadegeval aan het Participatiefonds. Het fonds betaalt de vergoeding aan uw kredietverzekeraar die het daarop aan u doorstort.

Nieuws

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.

Als een werknemer een bedrijfswagen ter beschikking krijgt, dan wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Betaalt die werknemer een bijdrage voor die bedrijfswagen, dan is die bijdrage aftrekbaar van het voordeel. Kosten die werknemer zelf ten laste neemt, lijken daarentegen niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel.

Dividenden zijn in principe onderworpen aan een roerende voorheffing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaronder voor dividenden van zogenaamde VVPR-bis aandelen. De fiscus heeft recent laten weten dat interimdividenden en tussentijdse dividenden uit VVPR-bis aandelen ook in aanmerking komen voor het verlaagd tarief.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief