De Startlening van het Participatiefonds

De Startlening van het Participatiefonds

Wanneer bancair krediet moeilijk(er) toegankelijk is, moet u op zoek naar andere financieringsmethoden of overheidshulp. Het Participatiefonds is een federale kredietorganisatie ten dienste van zelfstandigen, vrije beroepen en kleine ondernemingen. Voor startende ondernemingen biedt het fonds de “Startlening” aan. Begin vorig jaar werd de doelgroep van deze incentive uitgebreid.

Doelgroep Startlening: natuurlijke personen

De Startlening is een achtergestelde lening die het Participatiefonds toekent aan natuurlijke personen: uitkeringsgerechtigde volledige werklozen, niet-werkende werkzoekende ingeschreven sinds tenminste drie maanden, en begunstigden van een wachtuitkering of een leefloon, die zich als zelfstandigen in hoofdberoep willen vestigen of een onderneming willen oprichten. Begin vorig jaar werd de doelgroep uitgebreid tot werknemers die zijn ingeschreven in een tewerkstellingscel en tot niet-werkende werkzoekenden die vanaf de eerste dag bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling zijn ingeschreven.
De kandidaat moet bij zijn plaatsingsdienst (VDAB, BGDA, FOREM of Arbeitsamt) of ocmw het attest Startlening aanvragen als bewijs dat hij een niet-werkende werkzoekende is.

Kenmerken Startlening

De lening is bestemd voor de financiering van materiële, immateriële en financiële investeringen, en voor de financiering van de behoefte aan bedrijfskapitaal voor de start van de activiteit. Een overname is ook mogelijk.
Het maximumbedrag van de lening is 30.000 euro, op voorwaarde van een eigen inbreng van één vierde (7.500 euro), wat eventueel kan worden geleend.
De duur van de lening bedraagt 5, 7 of 10 jaar.
De rentevoet is vast (4%) en als u een begeleiding volgt tijdens de eerste twee jaar wordt die teruggebracht tot 3% . Let op. De verminderde rentevoet bij begeleiding stijgt vanaf 1 juli 2011 van 3 naar 4%; de maximale rentevoet zal 4,50% bedragen.
De lening wordt terugbetaald door middel van constante maandelijkse aflossingen. Het eerste jaar is er een vrijstelling van aflossing van kapitaal. Een tweede of een derde jaar kan ook vrijstelling worden gevraagd.
Er wordt geen enkele waarborg gevraagd.
Het Participatiefonds kan de schuld kwijtschelden van wie stopt binnen de eerste vijf jaar omwille van ernstige redenen en los van eigen wil (bv. faillissement) op voorwaarde dat de betrokkene het bewijs levert. Als de stopzetting voor om het even welke reden gebeurt binnen de negen jaar, behoudt de werkloze zijn recht op werkloosheidsuitkering.

Plan jonge zelfstandigen

Het Plan jonge zelfstandigen richt zich tot werkzoekenden jonger dan 30 die zich voor de eerste keer als zelfstandigen vestigen. Het plan voorziet gedurende drie tot zes maanden gratis bijstand door een steunpunt voor starters. De jongere die geen inkomen heeft, ontvangt een maandelijkse onkostenvergoeding van 375 euro tijdens de voorbereidingsfase en een vestigingsuitkering van de RVA. Als hij een wachtuitkering van de RVA ontvangt, kan hij ze cumuleren met de onkostenvergoeding. Na de voorbereidingsfase kan hij een aanvraag voor een Startlening indienen.
De jonge starter kan ook een lening van 4.500 euro krijgen om gedurende de eerste maanden van zijn activiteit wat meer ruimte te creëren voor zijn levensonderhoud. Dit deel van de startlening is renteloos en moet pas het zesde en zevende jaar worden terugbetaald.
Na de toekenning van de startlening blijft hetzelfde steunpunt hem gedurende 24 maanden bijstaan met raad en advies.

Hoe een lening aanvragen?

Een aanvraag voor een Startlening indienen, doet u via een van de steunpunten waarmee het Participatiefonds samenwerkt. Zij dienen uw aanvraag in en begeleiden u tijdens de eerste maanden. Een volledig overzicht van de steunpunten kan u terugvinden op de website www.fonds.org.

Nieuws

Zowel in Vlaanderen als in Brussel kiest de gewestregering voor de zogenaamde handelshuurlening om huurders van commerciële panden te ondersteunen. Ook de verhuurder wordt er beter van want hij heeft zekerheid over de betaling van minstens een deel van de huur.

Als een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider, dan wordt die werknemer/bedrijfsleider op het voordeel belast. De berekening van het voordeel is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de “gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark”. Die gemiddelde uitstoot ging in 2020 na twee jaar van stijging, terug naar beneden. Goed nieuws voor het klimaat maar minder goed nieuws voor uw portefeuille.

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief