Fiscaal-vriendelijk (st)erven

FISCAAL VRIENDELIJK (ST)ERVEN

In één van onze vorige nummers hebben wij al het belang onderstreept van een tijdige en degelijke successieplanning.
Vele mensen zijn er nog steeds van overtuigd dat zij tot op hun sterfbed kunnen beslissen wat er met hun vermogen gebeurt.
Inderdaad, via een testament of via de erfenis gaat het vermogen inderdaad over naar de volgende generatie.

Hierbij verliest men dan wel dikwijls uit het oog dat de rekening van de successierechten wel eens hoog kan oplopen.
In het Vlaamse Gewest bedragen de tarieven van de successierechten 3% tot 27% voor verervingen in de rechte lijn en tussen echtgenoten,  30% tot 65% voor verervingen tussen broers en zusters en alle andere personen.
Indien men niets onderneemt betalen de erfgenamen zich blauw aan belastingen!

En nochtans biedt onze wetgeving heel wat mogelijkheden om de rekening duidelijk te milderen.
Denk maar aan de fantastische mogelijkheden die de Wet op Vlaamse schenkingsrechten biedt waarbij men roerende goederen kan schenken tegen 3% of 7%!!

Er is dus een duidelijke noodzaak aan successieplanning of estate planning.

Daarom vonden wij het nuttig om aan de hand van een case study de impact van een degelijke successieplanning duidelijk te maken.

Doch eerst enkele belangrijke beginselen die een rol spelen bij elke successieplanning.

1. Vermogensbalans

Elke vermogensplanning start immers bij het opstellen van een vermogensbalans.
De vermogensbalans is in feite de inventaris of de foto van het vermogen op een bepaald ogenblik waarbij het vermogen wordt opgedeeld in een roerend en onroerend gedeelte.
Ook de schulden die op het vermogen rusten worden in kaart gebracht.

2. Complexe materie

Successieplanning is complex en steeds maatwerk.  Het heeft immers te maken met verschillende disciplines zoals erfrecht, huwelijksvermogensrecht, successierecht, schenkingsrecht, BTW, Personenbelasting en Vennootschapsbelasting.  Een degelijke studie en voorbereiding is haast onontbeerlijk.

3. Huwelijksvermogensrecht

Belangrijk is te weten onder welk huwelijksvermogensstelsel men gehuwd is. 
We kennen volgende stelsels: wettelijk stelsel (gemeenschap beperkt tot de aanwinsten), algehele gemeenschap en scheiding van goederen.
Via een huwelijkskontrakt kunnen de echtgenoten zelf de omvang van het gemeenschappelijk vermogen bepalen.

Opgelet met het algemeen verblijvingsbeding “langst leeft, al heeft”

Vaak hebben de echtgenoten de intentie om mekaar n.a.v. een overlijden maximaal te bevoordelen en te beschermen.
Men kan dit realiseren door te kiezen voor een stelsel van gemeenschap van goederen waarbij de huwgemeenschap vervolgens, ingevolge een uitdrukkelijke clausule, in volle eigendom aan de langstlevende wordt toebedeeld.
Deze toebedeling in volle eigendom aan de langstlevende via een zogenaamd verblijvingsbeding (“langst leeft, al heeft”) biedt de langstlevende uiteraard zekerheid.
Indien er kinderen zijn wordt immers vermeden dat deze reeds bij het overlijden van de eerststervende een deel van de gemeenschap in blote eigendom verkrijgen.
De kinderen worden echter niet onterfd.  Hun erfrechten op de huwgemeenschap worden enkel uitgesteld tot bij het overlijden van de langstlevende.

Bij het overlijden van één der echtgenoten zal de langstlevende alle goederen die behoren tot het gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom verkrijgen.

Op het vlak van de successierechten is het evenwel een ander verhaal.
De langstlevende dient immers successierechten te betalen op de helft van het huwelijksvermogen van de eerststervende dat haar wordt toebedeeld ingevolge dit verblijvingsbeding.  Bovendien zullen de kinderen bij een later overlijden van de langstlevende nogmaals successierechten betalen op het deel dat destijds het voorwerp van de toebedelingsclausule was.
Om dit grote nadeel te vermijden is maar een kleine ingreep in het huwelijkskontrakt nodig.
Dergelijk verblijvingsbeding wordt best vervangen door een keuzebeding: bij het overlijden van één der partners kan de langstlevende vrij kiezen uit verschillende opties, rekening houdend met de vermogenstoestand, gezinssituatie en het fiscale kostenplaatje van elke optie op dat ogenblik.

En nu snel naar onze case study!

CASUS

Jan en Mia, beiden 65 jaar, zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel en hebben 2 kinderen, Tom en Els.
Zij hebben goed geboerd en enkele jaren geleden hebben zij de aandelen van hun zaak overgelaten en genieten momenteel van een welverdiende rust.

Hun vermogensbalans ziet er als volgt uit:

 Woonhuis      400.000
 Appartement aan zee     300.000
 2 onroerende goederen     700.000
     ------------
 Totaal onroerend            1.400.000

 Aandelen en obligaties  1.200.000
 Liquiditeiten      400.000
     ------------
 Totaal roerend   1.600.000

 Totaal vermogen  3.000.000 EUR

Jan en Mia hebben tijdens hun leven geen schenkingen doorgevoerd.
Hun huwelijkskontrakt bevat wel de clausule “langst leeft, al heeft”.

Hoe ziet de afrekening van de successierechten eruit?

Door het algemeen verblijvingsbeding gaat de nalatenschap van de man, zijnde 1.500.000 €, eerst over naar de vrouw, die hierop uiteraard successierechten moeten betalen.
Bij het overlijden van de langstlevende gaat later dan het volledige vermogen over naar de kinderen.
Indien er aan de situatie niets gewijzigd wordt dan bedragen de totale successierechten maar liefst 843.570 € (eerste en tweede nalatenschap). 
Dit betekent 28,12% op het totale vermogen van 3.000.000 € !!!

Welke ingrepen kunnen we doorvoeren om de rekening van de successierechten te verlagen?

1.  Schrapping van het algemeen verblijvingsbeding in het huwelijkskontrakt zodat de vererving gebeurt volgens het wettelijk stelsel: ½ van het gemeenschappelijk vermogen gaat in vruchtgebruik naar de langstlevende en in blote eigendom naar de kinderen.
Door deze ingreep dalen de totale successierechten naar 304.980 € of 10,17%.  Dit is reeds een besparing van 538.590 € !!!!

2.  De onroerende goederen (behalve het woonhuis) worden in 2 schenkingen, met een tussenpauze van 3 jaar, aan de kinderen geschonken.  De schenkingsrechten op het schenken van 1.000.000 € aan onroerende goederen bedragen 65.000 €.
Indien de onroerende goederen in 1 schenking zouden geschonken worden dan bedragen de schenkingsrechten 106.500 €.
Aangezien het woonhuis behouden blijft moeten hier later successierechten op betaald worden.  Deze bedragen nog in totaal 20.190 €.

3.  Het roerend vermogen van 1.600.000 € kan voor Belgische notaris geschonken worden tegen 3% of 48.000 €.  Roerend vermogen kan ook geschonken worden voor Nederlandse notaris afhankelijk van de leeftijd en gezondheidstoestand van de schenkers.  In dat geval zijn er zelfs helemaal geen schenkingsrechten verschuldigd.

In volgend overzicht geven we de verschillende opties weer met telkens hun totale kostprijs aan schenkingsrechten en successierechten.

 1.  zonder schenkingen met verblijvingsbeding   843.570 28,12%
 2.  zonder schenkingen zonder verblijvingsbeding  304.980 10,17%
 3.  met schenkingen in België en onroerend in 1 schenking 174.690   5,82%
 4.  met schenkingen in België en onroerend in 2 schenkingen 133.190   4,44%
 5.  met schenking in Nederland en onroerend in 2 schenkingen   85.190   2,84%

BESLUIT

Als Jan en Mia niets ondernemen, hun huwelijkskontrakt behouden en geen schenkingen van hun roerend en onroerend vermogen doorvoeren, dan bedraagt de uiteindelijke rekening 843.570 € of 28,12% van hun totaal vermogen.

Door het schrappen van het algemeen verblijvingsbeding, het schenken van het roerend vermogen voor Nederlandse notaris en het schenken van het onroerend vermogen in 2 schenkingen slagen we erin om de totale kostprijs te verlagen tot 85.190 € of 2,84%

Dit voorbeeld toont aan dat een successieplanning wel degelijk zijn nut heeft.
Elke situatie is echter verschillend en moet apart bestudeerd worden.
Een tijdige successieplanning zal het evenwel mogelijk maken de totale kostprijs terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau en ons toelaten fiscaal vriendelijk te sterven.

Marc Forceville
Accountant-Belastingconsulent.

Nouvelles

À partir du 1er janvier 2019, les contribuables pourront choisir de soumettre à la TVA les locations immobilières. En voici les principes pour rappel.

La loi anti-blanchiment du 18 septembre 2017 crée un cadre légal pour le registre UBO. Il s'agit d'un registre national des bénéficiaires effectifs de sociétés et autres entités juridiques. Les détails concernant le contenu des informations recueillies sont peu à peu connus.

Les modalités de valorisation de l'avantage de toute nature résultant de la mise à disposition gratuite d'un logement à un travailleur salarié ou à un dirigeant d'entreprise font depuis longtemps l'objet de critiques. Le Gouvernement vient d'annoncer la modification de ces règles. La valeur sera désormais calculée en application de la formule suivante : RC × 100/60 × 2.

Abonnez-vous à notre lettre d'info